• tekst: Ellen Meijer | fotografie: Peninsula

Bloemendaal, meet Joseph

Zoals Jaap van Zweden de oceaan overstak om in New York orkestleider te worden, zo legde de Amerikaan Joseph Matava de omgekeerde route af. Begin dit jaar verhuisde de architect met zijn gezin vanuit Hudson, Ohio naar Bloemendaal.

Good old Bloemendaal is het voor Joseph’s vrouw Bernardine van Kessel; zij komt hier vandaan. Bernardine was de drijvende kracht achter de grote oversteek. Omdat ze onder andere de contacten miste: “Joseph’s familie woonde ver weg. Dan moet je het voor je sociale leven hebben van vrienden. Maar Amerikanen zijn nogal verhuislustig en ze trekken gerust naar vijf staten verderop. De afgelopen jaren hebben we zo vaak afscheid moeten nemen van mensen die ons dierbaar waren. Het knaagde, en dat werd sterker naarmate de jaren verstreken. Daarbij wilden wij onze kinderen Nederland en Europa laten beleven.”

Gesetteld

Hun leven in Hudson leek overigens in veel opzichten op dat in Bloemendaal. Het was er net zo dorps, met een winkelstraat en een bibliotheek in het centrum. Joseph vindt het hier drukker: “Mensen leven dichter op elkaar.” In Hudson leefde Bernardine een beetje als een Nederlandse. Lachend: “Ik was een van de weinigen die overal naartoe fietste.”

Nadat het jarenlang bleef bij praten over (r)emigreren, zegde Bernardine haar baan op om in Nederland een nieuwe vestiging voor een Amerikaans bedrijf op te zetten. En toen ging het razendsnel, omdat de internationale school waar de oudste jongens, een tweeling van 16, naar toe zouden gaan, meldde dat ze meteen moesten komen. Ze vertrok met die twee hals over kop naar Nederland. Joseph kwam er met de jongste twee en alle spullen achteraan. Pas sinds een paar weken heeft ze het gevoel dat ze een beetje zijn gesetteld. Ze gebaart om zich heen: “En dan hebben we nog niet eens iets aan de muren.”

Boomhutten bouwen

Sinds de verhuizing leeft Joseph letterlijk in twee werelden; hij werkt de helft van de tijd in Noord-Amerika. Zijn bedrijf, Peninsula Architects, ligt vlak bij hun oude woonplaats, midden in Cuyahoga Valley Nationaal Park. Wat hij zo fijn vindt aan Bloemendaal is de ligging aan de kust. Deze omgeving doet hem denken aan de staat Maine, waar zijn ouderlijk huis aan het strand stond. “Het liefst fiets ik met Bernardine en de jongens naar zee. Zeker in stressvolle tijden, zoals tijdens de verhuizing, is dat een heerlijke manier om te ontspannen.”

Als kind was Joseph altijd buiten, het strand fungeerde als speeltuin. Boomhutten bouwen, vuurtje stoken, hij deed niet anders. Op zijn elfde begon hij zijn eerste onderneming: jakobsschelpen oogsten. Van de opbrengsten bekostigde hij zijn opleiding. Het buitenleven heeft voor een belangrijk deel zijn stijl als ontwerper bepaald. Tijdens zijn studie werkte Joseph bij een landschapsarchitect. Daar bleef hij na het behalen van zijn bul nog vijf jaar. Hoewel hij inmiddels architect was, trokken gebouwen hem niet bijzonder: “Het ontwerpen van de groene ruimte en beplantingsplannen uitstippelen vond ik veel interessanter.” Toen hij zijn eigen architectenbureau startte, vielen alsnog alle puzzelstukjes op hun plek: “Ik ontdekte dat ik mijn liefde voor de natuur kon combineren met het ontwerpen van gebouwen door buiten en binnen te verbinden. Daarom zoek ik in elk ontwerp transparantie.”

Eén met de omgeving

In Joseph’s visie staat een gebouw nooit op zich. Het vormt een geheel met de omgeving en bij een goed ontwerp past dat als een handschoen. Zijn holistische kijk op architectuur slaat aan. Hij mag dan niet zo bekend zijn als Jaap van Zweden, in Amerika behoren de happy few – kaliber Hollywoodster (geen namen, natuurlijk) – tot zijn klantenkring. Sinds kort zit hij geregeld voor een project op de Bahama’s. Ook in Canada en op het eiland Nantucket, waar welvarende New Yorkers hun vakanties doorbrengen, heeft hij opdrachtgevers. In Nederland deed hij opdrachten in onder andere Haarlem, en hij was ook al actief met ontwerpen in Frankrijk.

Een gebouw laten harmoniëren met zijn omgeving, daar hebben ze in Amerika plek genoeg voor. Hoe moet dat in Nederland, met al die krappe kavels? Joseph: “Meters doen er niet toe, het gaat erom dat je de connectie maakt tussen binnen en buiten. Dat doe je met materialen, met oriëntatie, met vorm. Een gebouw moet het gevoel geven dat het in het landschap is gegroeid, in plaats van er inbreuk op te maken. In Bloemendaal is dat op veel plekken gelukt, kijk maar eens om je heen naar de overgangen tussen daken van huizen en de omringende bomen.” Holistisch betekent niet dat hij per definitie met natuurlijke materialen werkt. In een stedelijke omgeving kan de context net zo goed steen zijn.

Uitgesproken persoonlijkheden

Context is ook cultuur. Nederlanders staan erom bekend dat ze de gordijnen openlaten, waar in andere landen de luiken naar de straatkant dicht blijven. Dat vindt Joseph het fascinerende aan ontwerpen in Nederland: “Ik zie het als een voordeel dat ik van elders kom. Daardoor kijk ik met een frisse blik naar wat mensen hier belangrijk vinden.” In de huizen die ze voor hun eigen gezin verbouwden, zat onmiskenbaar a Dutch touch: veel licht en openslaande deuren. Bernardine: “Brede vensterbanken, ook zo typisch Nederlands. Mensen die op bezoek kwamen zeiden steevast: ‘Your house looks só European’.”

Een huis bouwen of renoveren voor particuliere opdrachtgevers vraagt veel van een ontwerper. Er zijn altijd beperkingen, toch wil iedere klant in de basis hetzelfde: een plek om je thuis te voelen, die past bij wie je bent. Joseph: “In Amerika hebben veel mensen een uitgesproken persoonlijkheid, dat is hier misschien anders.” Hij is gewend om opdrachten van begin tot einde te begeleiden, ook de uitvoering, terwijl in Nederland architecten soms niet meer dan alleen de tekeningen maken.

Thuis is…

Op de vraag of hij op twee plekken blijft werken weet Joseph het antwoord nog niet. “Zowel daar als hier heb ik uitdagende projecten. Daarom wil ik voorlopig niet kiezen.” Thuis is voor hem waar hij met zijn gezin is, “in Bloemendaal dus.” In Nederland werkt hij nauw samen met de Haarlemse architect Joeri van Ommeren. “Hij kent de regels en spreekt de taal. Ik kan moeilijk verlangen dat een welstandscommissie in het Engels gaat vergaderen.”

In Amerika heeft Joseph een netwerk van ambachtslieden. Mensen die alles weten van glas, staal, steen of hout. Met hen akkert hij tot in het kleinste detail zijn ontwerpen door. “De meesten ken ik al twintig jaar of langer. Als je op elkaar kunt vertrouwen en elkaars vakmanschap respecteert, gebeuren er mooie dingen.” Zijn doel is om ook hier zijn netwerk uit te breiden.

Kampeerweekend

Toen ze in de tuin van hun Bloemendaalse huis stonden, zei Joseph: ‘Ik krijg een Bicknell-gevoel.’ Dat was de naam van de laan waar ze in Hudson woonden. Daar hadden ze veel ruimte rondom het huis en ook hier loopt naast de garage een ruime strook grond. Ze willen de oprijlaan bij de tuin trekken en rondom het huis terrassen aanleggen. Plannen genoeg, maar eerst is het tijd om te relaxen. Direct na het interview vertrekt Joseph met de jongste kinderen naar Groningen voor een kampeerweekend. Dat wordt fikkie stoken en koken boven het kampvuur. Eens een scout, altijd een scout.

74 keer bekeken

AERDENHOUT     |    BENNEBROEK     |    BLOEMENDAAL    |    OVERVEEN    |    VOGELENZANG 

 

© 2020  B. Magazine is een uitgave van Bee-Media